Bollenplanter met korte greep of T-steel
De Bollenplanter Ø 48 mm steekt een rond gat van 4,8 cm doorsnede. Dat is ruim genoeg voor de meeste voorjaarsbollen. Kleine bolletjes zoals krokus en blauwe druifjes zet je er met een paar tegelijk in. Hij is er met een greep van 14 cm, een P-greep van 28 cm of een knopsteel van 48 cm. Met de korte greep werk je geknield in bakken en borders, met de knopsteel kom je verder zonder op te staan.
Plant je honderden bollen in een gazon, dan is de Bollenplanter met T-steel van 80 cm de betere keus. Die gebruik je staand: je drukt hem in de zode, draait een kwartslag en trekt de prop eruit.
Bollen in het gras
Krokussen en narcissen in het gazon komen elk jaar terug als je het blad laat staan tot het geel is. Maai dat stuk daarom pas zes weken na de bloei. Strooi de bollen eerst los over het gras en plant ze waar ze vallen, dan krijg je een natuurlijk beeld in plaats van rijtjes.
Pootijzer, pootstok of poothak
Een pootijzer en een pootstok gebruik je voor kleine planten: prei, kool, slaplantjes en stekken. Je prikt een gat, laat de plant erin zakken en drukt de grond aan door ernaast nog eens te prikken. De Pootstok is van hout en 25 cm lang. Het Pootijzer heeft een essen greep en gaat ook in vastere grond.
Voor plantrijen in de moestuin of bij aanplant van jonge bomen is een poothak handiger. Je hakt een gat, zet de plant erin en drukt de grond aan. De Poothak heeft een steel van 48 of 75 cm. De Poot- en planthak weegt 2000 gram en heeft een steel van 130 cm, voor het zwaardere plantwerk.