Waarom zou je vaste planten scheiden?
Veel vaste planten groeien van binnen naar buiten. Na een paar jaar wordt het hart van de pol kaal en houtig, terwijl de jonge scheuten aan de rand zitten. De plant bloeit minder, valt open en raakt in de knel met zijn buren.
Door te scheiden haal je dat oude hart weg en plant je de vitale randstukken opnieuw. Je krijgt er meteen extra planten bij, voor een andere plek in de tuin of voor de buren.
Tekenen dat het tijd is:
- de pol heeft een kale of dode plek in het midden;
- de plant bloeit minder dan een paar jaar terug;
- de stengels vallen uit elkaar;
- de plant groeit over zijn buren heen.
Wanneer kun je vaste planten scheiden?
Er zijn twee goede momenten.
- In het voorjaar, maart en april, zodra de nieuwe scheuten net boven de grond staan. Dit is het beste moment voor planten die in de zomer en herfst bloeien, zoals asters, phlox, rudbeckia, zonnehoed en siergrassen.
- In de vroege herfst, september en oktober. De grond is dan nog warm, zodat de wortels voor de winter nog aanslaan. Dit werkt goed voor planten die in het voorjaar en de vroege zomer bloeien.
Deel niet tijdens droogte of hitte, en niet in volle bloei. De plant heeft dan al zijn vocht nodig voor blad en bloem. Op zware, natte klei is het voorjaar meestal veiliger, omdat verse snijwonden in een natte winter kunnen gaan rotten.
Geef de plant een dag van tevoren goed water als de grond droog is. Een vochtige kluit blijft beter heel.
Welke vaste planten kun je scheiden, en welke niet?
De meeste borderplanten met een pol of wortelstok laten zich makkelijk delen.
- Goed te scheiden: hosta, daglelie, ooievaarsbek, astilbe, phlox, aster, rudbeckia, zonnehoed, vrouwenmantel, kattenkruid, salie, duizendblad, siergrassen.
- Na de bloei te scheiden: baardiris in juli of augustus. Je snijdt de wortelstok in stukken met elk een waaier blad en plant ze ondiep, met de bovenkant van de wortelstok net zichtbaar.
Sommige planten houden er niet van.
- Pioenrozen kunnen jaren op dezelfde plek staan en bloeien na scheiden vaak een paar jaar niet. Als het moet, doe het dan in september en plant de ogen niet dieper dan 3 tot 5 cm.
- Planten met een penwortel, zoals lupine, kerstroos en wolfsmelk, delen slecht. Die vermeerder je liever uit zaad of stek.
- Houtige halfheesters zoals lavendel en tijm kun je niet scheiden. Die stek je.
Hoe steek je een vaste plant uit?
Snijd hoge stengels eerst terug tot een centimeter of 15. Dan zie je wat je doet en verdampt de plant later minder.
Steek rond de pol, zo'n 10 tot 15 cm buiten de rand van het blad. Zet de spade recht in de grond en steek rondom door. Wrik daarna onder de pol en til hem eruit. Bij een grote pol werk je met twee mensen, of je deelt hem eerst in de grond in tweeën.
Hier merk je verschil in gereedschap. Een Verplantspade heeft een smal, sterk blad en een trede, zodat je met je voet diep in doorwortelde grond kunt drukken. Het blad is uit één stuk staal gesmeed en buigt niet als je onder een zware kluit wrikt. In een dichte border waar weinig ruimte is, werkt de Holle verplantspade prettig: het holle blad snijdt makkelijk tussen de wortels van de buren door.
Voor kleinere planten en voor terugplanten in een volle border is de Vaste-plantenspade handig. Die heeft een blad van 115 bij 115 mm en een korte T-steel van 45 cm, voor werk op de knieën.
Hoe deel je een pol: splitser, spade of twee vorken?
Leg de pol op het gras of op een stuk plastic en kijk hoe hij in elkaar zit. Losse pollen, zoals die van ooievaarsbek of aster, trek je vaak met de hand uit elkaar. Taaiere pollen moet je doorsteken of uit elkaar wrikken.
- Met de Vaste-plantensplitser. Dit gereedschap is uit één stuk staal gesmeed en gemaakt om pollen te delen. Je zet hem in het midden van de pol en duwt hem er met je voet doorheen. Je hebt er meer controle mee dan met een spade, en hij is lichter.
- Met een spade. Gaat snel en werkt bij taaie pollen van daglelie en siergras. Je snijdt wel wat wortels en ogen door, maar de meeste borderplanten hebben daar weinig last van.
- Met twee spitvorken rug aan rug. Steek twee vorken in het midden van de pol, met de ruggen tegen elkaar. Een Spitvork met bajonetpunten gaat met zijn spitse tanden makkelijk door een vaste pol. Duw de stelen van elkaar af. De pol scheurt langs zijn natuurlijke naden open, met minder beschadigde wortels dan bij doorsteken. Dit werkt goed bij grote, taaie pollen.
Gooi het oude, houtige midden weg. Houd de stukken van de rand, met elk een paar flinke scheuten en een goede bos wortels. Een stuk ter grootte van een vuist geeft volgend jaar al een mooie plant.
Hoe plant je gescheiden planten terug?
Plant de stukken zo snel mogelijk terug. Kun je niet meteen, leg ze dan in de schaduw onder een natte jutezak.
- Maak de grond van het plantgat los en meng er wat compost door. Op een plek waar dezelfde plant jaren heeft gestaan, is de grond vaak moe.
- Maak het gat ruim, iets breder dan de kluit.
- Plant op dezelfde hoogte als de plant eerst stond. Te diep kan rot geven, te hoog laat de wortels uitdrogen.
- Druk de grond rondom aan met je handen of je voet.
- Geef royaal water, ook als het regent. Zo spoelt de grond tussen de wortels.
Houd de planten de eerste weken vochtig. In het voorjaar gedeelde planten hebben in een droge meimaand al snel extra water nodig. Gescheiden planten bloeien het eerste jaar vaak wat minder; het jaar erna zijn ze weer op volle kracht.
Welke spade het best past bij je lengte en je grond, lees je in ons artikel over welke spade bij jou past.